Werkboek Teamleren

Vilans

Aan de slag als begeleider

Leer wat de rol van een begeleider is en wat hier zoal bij komt kijken. Leer ook hoe je deelnemers zoveel mogelijk motiveert en laat leren van elkaar. We geven je praktische tips om je op weg te helpen.

Je rol als begeleider

Als je activerende, interactieve werkvormen gebruikt, is het belangrijk dat je als begeleider:

  • De juiste vragen stelt. Open vragen nodigen anderen uit meer te vertellen. Wie wil daarover iets vertellen? Wanneer heb je dat toegepast? Hoe heb je dat aangepakt?
  • Goed luistert en observeert. Wat wordt er gezegd? Wat bedoelt iemand eigenlijk? Wat zie je aan non-verbale reacties?
  • Zorgt dat iedereen durft mee te doen. Werken in tweetallen of kleine groepjes bevordert een veilige sfeer.
  • Goed samenvat. Check of de samenvatting klopt met wat de deelnemers vinden. Klopt het dat…? Als ik het goed gehoord heb, …?
  • Een veilige omgeving creëert, waarin leren kan plaatsvinden. Voorkom veroordelen.

Laat oma thuis

  • Realiseert dat je begeleider bent en geen deelnemer. Je hebt een andere rol: je stimuleert de dialoog, je geeft feedback, voegt informatie toe, vat samen.
  • De kennis in de groep gebruikt: niet zelf teveel informatie, tips of adviezen geeft. 
  • Op het juiste niveau start. Wat kennen en kunnen de deelnemers al? En sluit daar bij aan.
  • Het gewoon zegt als je iets niet weet. En het later op- of uitzoekt.

Hoe kun je deelnemers (meer) activeren en (beter) laten leren van elkaar? 

  • Laat deelnemers 'doen': collage maken, samen bouwen met marshmallow game. Kortom, combineer het maken van beeld met dialoog.
  • Maak gebruik van ervaringen. Geef een voorbeeld van (… een goed gesprek…). Vertel, wat gebeurde er toen …? Wat heb je gedaan (… toen mevrouw viel)?
  • Laat deelnemers op elkaar reageren. Gebruik eventueel korte vragen als: Wie vindt dat ook (of niet)? Wie wil daarop reageren? Wie kan dit aanvullen?
  • Nodig deelnemers uit te reageren wanneer ze niet 'uit zichzelf' iets zeggen.
  • Deel succeservaringen. Dat stimuleert anderen om ook aan de slag te gaan.
  • Vat op het juiste moment het gesprek samen, of vraag de deelnemers dit te doen.
  • Zorg dat deelnemers het geleerde kunnen toepassen na de training.

Een paar praktische tips

  • Nodig de deelnemers op tijd uit met een prikkelend programma.
  • Communiceer duidelijk dag, begin- en eindtijd en locatie van de bijeenkomst.
  • Zorg voor de juiste ruimte: licht, opgeruimd, groot genoeg.
  • Check of materialen, apparatuur (beamer, pc, geluid, scherm) klaar staan en het doen. 
  • Zorg dat deelnemers (letterlijk) in beweging komen. 
  • Begin en eindig op tijd.  
  • Gebruik een flipover, post-its. 
  • Maak gebruik van filmpjes, symbolen, voorwerpen, beelden.
  • Speel met taal. Laat verhalen vertellen. Verhalen inspireren. 

Deel deze pagina Facebook Twitter LinkedIn E-mail